Dat er in de australische versies een sterkere constructie is gebruikt, kan ik me levendig voorstellen. Want de wegen zijn vaak daar van iets andere kwaliteit.
Maar helemaal een star geheel van maken, is ook niet goed. Een koetswerk dient enigszins te kunnen torderen (kijk maar naar vrachtwagens en vooral ook scheepsbouw en vliegtuigbouw), anders dan krijg je echt metaalmoeheid. Het materiaal gaat dan als het ware vouwen, de kristallijne structuur van het metaal verzwakt, raakt uit z'n verband (de onderlinge aantrekkingskracht van de metaalkristallen laat "los") en zodoende krijg je scheuren in het materiaal. Bijvoorbeeld...een star schip breekt in de eerste en beste storm. Een vleugel van een vliegtuig, die niet mee kan bewegen, breekt binnen de eerste vlucht af. De spanning moet weg kunnen c.q opgevangen kunnen worden. Dat wringen/torderen is allemaal kinetische energie, die weg moet kunnen vloeien. Ik heb heel wat van dit soort metaalmoeiheidstesten mee mogen maken bij Fokker. Het is ook 1 van de redenen, waarom auto's met een zelfdragende constructie, gepuntlast worden (naast produktiekosten uiteraard).
Natuurlijk bijft het dan zaak, om de ruimtes tussen de lassen goed af te sealen. Echter, die sealing laat het in de loop der jaren afweten. Die verhard, wordt broos. En dan kan vuil, water en wat al dies meer zij, er tussen de dubbele beplating komen en het rottingsproces gaat dan z'n gang gaan. En ik denk, dat het zo vele Rekords, Sennies, Monza's en Commo's is vergaan.
Blijft een punt, dat een halfjaarlijkse controle van deze zwakke punten van onze auto's, van primair belang blijft. Zodoende ben je er altijd vroeg bij.